Onze karakters pasten

Ik ben nu bijna zes jaar geleden mijn man, Robert Demeulemeester, verloren. Hij had toen al 3 verkalkte hartkleppen, de vierde begon ook al te verkalken. Tijdens het lezen van zijn gazette of het televisiekijken had ik hem vroeger al een paar keer zien wegzakken, dat hij bijna van zijn stoel gleed, maar hij was toen telkens weer bijgekomen. Maar die dag was ik boven nog snel een kwartiertje gaan strijken. Ik hoorde iemand kreunen en vond Robert terug in de gang, hij lag daar op de grond. Ik hoorde hem nog achter zijn ‘blauw boekske’ vragen. Daarin zaten al de papieren van de ziekenbond van de Belgische spoorwegen, daar werkte hij voor. Ik ben in paniek naar buiten om hulp gaan roepen, een buur die bij de brandweer werkt heeft de hulpdiensten gebeld. In de MUG hebben ze hem nog proberen te reanimeren, maar het was te laat. Ik heb mijn kinderen toen gebeld dat ze zich niet moesten haasten, het was toch te laat en ik wilde niet dat ze ook iets tegenkwamen.

Robert heeft 41 jaar bij de spoorwegen gewerkt, hij heeft volop de elektrificatie van het spoorwegnet meegemaakt. Bij de automatisatie van het spoornet zijn veel overwegwachters vertrokken. Een slagboom werd vroeger met de hand dichtgedraaid, plots kregen die mensen een bord met allemaal lichtjes dat je moest bedienen. De ouderen begrepen dat niet. Maar Robert verdedigde altijd de ploegen arbeiders die hij op pad stuurde. Als er een trein op komst is moeten die mensen van het spoor en kunnen ze niets doen tot die trein voorbij gereden is. Soms kreeg hij de opmerking dat de spoorwerkers daar stonden te niksen en daar kon hij zich kwaad om maken. ‘Je mag eens een dag mee komen werken, we zullen zien of jij dan zal blijven doorwerken als er een trein op je afkomt’, zei hij dan.

We hebben elkaar leren kennen door de zondagmiddag te gaan dansen op bals. Ik had 2 kameraden waarmee ik altijd op stap ging en hij was ook altijd met 2 kameraden op stap. We zijn uiteindelijk allemaal met elkaar getrouwd. Onze karakters pasten en we konden goed babbelen. Er werden in die tijd nog geen uitnodigingen voor een trouwfeest verstuurd. We moesten iedereen persoonlijk gaan uitnodigen, je kwam gewoon tijd te kort om alle mensen te gaan vragen. We hebben overal gezeten met de fiets, en ook nog met de trein naar familie in Gent en Moeskroen. Mijn vader was duivenmelker en wij moesten uit beleefdheid ook een bevriende duivenmelker uit Zulte gaan uitnodigen. Wij stonden daar bij mensen aan de voordeur die we nog nooit gezien hadden en zij kenden ons ook niet. Die duivenmelker gaf een rondleiding aan Robert door zijn 3 duivenkoten, Robert wist niet eens hoe hij een duif moest vasthouden. Hij had voor het bezoek zijn mooiste grijze kiel aangetrokken, dat was toen in de mode, maar die zat al snel helemaal onder het stof en de duivenstront. We hebben ons toen nog moeten haasten om op tijd thuis te zijn. Dat was 2 dagen voor we trouwden, maar toch moesten we nog stipt om 9 uur thuis zijn. Toen mijn moeder ons helemaal onder het stof zag binnenkomen vroeg ze waar we vandaan kwamen. ‘Wel, vanwaar jullie ons naartoe gestuurd hebben’ antwoordden we. Toen Robert de eerste keer bij ons thuis kwam zei mijn moeder: ‘manneke, luister goed, de regel is hier: één god en één vent’. ‘Wel, dat is bij ons thuis ook zo’, repliceerde hij. Tegen mij lachte hij: ‘uw moeder is al helemaal dezelfde als de mijne’.


Auteur: Rosa Himpe
Overledene: Robert Demeulemeester
Data: °15/12/1929 †05/03/2015